Stichting Marokkanen Breda
J.F.kennedylaan 36
4811 ET Breda

E-mail: info@stichtingmarokkanenbreda.nl

 

INLOGGEN MAIL SERVICE

 

INTERGRATIE

 

Samen aan de slag
Bouwen aan diversiteitbeleid Breda

2009-2012

Inhoudsopgave

Voorwoord
Inleiding

Hoofdstuk 1.
Besturingsfilosofie: gemeentelijk beleid in een actieve democratie

Hoofdstuk 2.
Opbrengst besturingsfilosofie: twaalf initiatieven

Hoofdstuk 3.
Twaalf initiatieven in het licht van de maatschappelijke visie van Breda

Hoofdstuk 4.
Maatschappelijke visie Breda in het licht van handreiking diversiteit

Hoofdstuk 5.
Resultaten diversiteitbeleid voorgaande jaren

Hoofdstuk 6.
Toekomstmuziek

Hoofdstuk 7.
Werk in uitvoering; doe mee!

 

Bijlage I
Procesgang van initiatief tot realisatie

Bijlage II
Bestedingsplan
Voorwoord

Alles wat je onderdrukt, zal zijn weg naar buiten zoeken, zegt Kees Voorberg van oorsprong sociaal psycholoog en nu dialoogprocesbegeleider. Hij begeleidt onder andere gesprekken in bedrijven tussen kijvende collega’s, of in buurten tussen herrieschoppende Marokkaanse jongens en geïrriteerde buurtbewoners. Hij werkt daarbij aan de hand van vier fases. Hij signaleert dat er teveel de neiging bestaat bij mensen om verschillen te bagatelliseren vanwege het goedbedoelde credo: we willen kijken naar wat ons bindt. Dat wat ons bindt is een prima uitgangspunt, maar daarna moeten we ook toe durven naar een beweging van wij naar ik: wat vind ik hier van? In deze tweede fase ontstaan vaak conflicten die of weer gesmoord worden in geforceerde gezamenlijkheid, of die mensen uit elkaar drijven. Een stap verder is om de pijnlijke gevoelens die onder de verschillen liggen op tafel te leggen. Dan wordt de kern van het conflict geraakt en ontstaat vaak verdriet en pijn; mensen komen met hun persoonlijke geschiedenis. Ze zijn ermee opgehouden overeenkomsten te zoeken. Ze leggen dan ook de wapens af en dan beginnen ze vreemd genoeg het gemeenschappelijke te ervaren en komen er in een vierde en laatste fase oplossingen waar iedereen mee kan leven.
Een dergelijk proces ligt ten grondslag aan het tot stand komen van deze nota.
De in januari 2008 verschenen nota diversiteitsbeleid 2008-2012 met de titel Meedoen en verbinden bleek teveel voor en te weinig van de Bredase burger te zijn, zo lieten verschillende migrantenorganisaties begin maart 2008 in een open brief aan de gemeente weten. Daarop werd de dialoog op 11 maart 2008 op initiatief van de gemeente Breda in alle openheid gevoerd met een overweldigende opkomst van 110 mensen met verschillende culturele achtergronden, 15 ambtenaren, Bertus van Loon (afdelingshoofd welzijn/zorg) en wethouder Marja Heerkes (welzijn/diversiteit). Tijdens die bijeenkomst is er ruimte gecreëerd voor het verschil; verschil van zienswijze, prioritering en ambitie met als uiteindelijk credo: iedereen is burger van Breda en moet zich senang kunnen voelen om een verschil te kunnen maken; als werkgever, als ouder, als mantelzorger, als student, als artiest, als buurtbewoner...
In het Breda van 2020 waar het goed toeven en goed groeien is, waar iedereen mee kan doen en gezond en zorgzaam samen gaan, maar net zo goed in het Breda van hier en nu.

Inleiding

Het coalitieakkoord van de gemeente Breda 2006-2010 heeft als titel Kiezen voor elkaar. Dit geeft de geest van het diversiteitbeleid kernachtig weer, want diversiteitbeleid is van ons allemaal. Dat maakt ook dat deze nota van ons allemaal is, net als de realisatie van de uitgangspunten die er in staan en die we met elkaar hebben geformuleerd. Deze nota is een werkdocument. Het is te beschouwen als het bestek van een te (ver)bouwen huis. Het bestek is niet dichtgetimmerd; er is veel open ruimte voor creatieve invallen en nieuwe wendingen. Deze nota is ook niet de voorwaarde om in actie te komen. Sterker nog: al tijdens het schrijven aan deze nota was de Bouwgroep actief. De bouwgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het P-team, Oneness Africa, de Migrantenraad, Plataforma Antiano & Arubano Breda en Instituut Win voor Multiculturelel ontwikkeling (IWMO), de Migrantenraad Breda, maar ook een aantal actieve burgers die niet verbonden zijn aan een organisatie maar zich geroepen voelen een om een bijdrage te leveren aan een divers Breda.
De leden van de Bouwgroep hebben met elkaar de volgende uitgangspunten geformuleerd:

1.Maatschappelijke instellingen die meewerken aan het diversiteitbeleid worden nadrukkelijk uitgenodigd om actief met migranten samen te werken met het oog op het volledig kunnen inzetten van ieders ervaring, kennis, interesses, belangen en behoeften;

2.De samenwerking tussen migranten en instellingen wordt door de gemeente zodanig gevolgd en gestimuleerd dat – indien nodig – de juiste mensen in stelling worden gebracht die dit proces vlot kunnen trekken;

3.Beleid (inclusief activiteiten, voorzieningen, en dergelijke) behoort begrijpelijk, toegankelijk en laagdrempelig voor eenieder te zijn;

4.Wederzijds respect dient uitgangspunt te zijn bij het aangaan van gesprekken;

5.Zoek met initiatieven en het verwezenlijken hiervan naar kansen en (door meerdere partijen) gedragen oplossingen;

6.Activiteiten moeten meetbaar en omkeerbaar zijn (zowel op korte als lange termijn);

7.Juist het op “informele” wijze bij elkaar komen kan leiden tot concrete, oplossingsgerichte activiteiten;

8.Zoek naar overeenkomsten en verbreding. Ideeën verdienen een kans en de gemeente dient zorg te dragen voor (het faciliteren van) goede ondersteuning om tot verwezenlijking van die ideeën te kunnen komen.

Aan de opsomming van deelnemende organisaties aan de Bouwgroep ontbreken organisaties als het COC of zelfhulporganisaties van mensen met een handicap. Hiermee wordt meteen duidelijk dat diversiteit in deze nota beperkt is tot culturele diversiteit.De keuze voor deze toespitsing maakt een focus gemakkelijker. Het te bouwen huis is echter voor iedereen uitnodigend. Zo zou een volgende nota over alle minderheidsgroepen in de Bredase samenleving kunnen gaan, of in een nog idealer geval zou er geen aparte diversiteitsnota meer nodig zijn, omdat oog voor diversiteit ten grondslag ligt aan welk beleid dan ook.
Deze nota is geen doel op zich. De nota is een middel om het proces dat actieve burgers, migrantenorganisaties, instellingen en ambtenaren van de gemeente Breda met elkaar zijn aangegaan inzichtelijk te maken. De nota dient ook als krachtvoer voor dit proces omdat het de te realiseren activiteiten voor het voetlicht brengt met de bedoeling ze toetsbaar te maken. Tot slot dient de nota ter inspiratie met de weergave van innovatieve initiatieven elders in het land.
In hoofdstuk 1 van deze nota wordt de besturingsfilosofie van een actieve democratie toegelicht, waarmee ten aanzien van diversiteitsbeleid een nieuwe weg is ingeslagen door de gemeente Breda. In hoofdstuk 2 wordt de opbrengst van deze nieuwe manier van werken geschetst; twaalf initiatieven die halverwege 2008 zijn ontstaan.
In hoofdstuk 3 wordt duidelijk hoe de eerder geschetste twaalf initiatieven een concretisering zijn van de vier thema’s goed toeven, groeien in Breda, meedoen en gezond en zorgzaam van de Maatschappelijke Visie Breda 2020. Het zijn deze lokale ervaringen die het Rijk inspireren tot het stellen van kaders, het maken van wetten en tot de inzet van financiële middelen. Daarmee wordt een gemeente overstijgende beleidslijn uitgezet die vervolgens weer een lokale vertaling krijgt. Deze beleidslijn is te typeren aan de hand van acht onderwerpen; inburgering, onderwijs, werk, wonen, sociale integratie, actief burgerschap, emancipatie en participatie van migrantenvrouwen en veiligheid. In hoofdstuk 4 worden de inzet en ambities van het Rijk ten aanzien van diversiteitbeleid verbonden met de Maatschappelijke Visie Breda 2020.
Deze nota is niet vanuit het luchtledige ontstaan. In voorgaande jaren zijn vele resultaten behaald die als fundament dienen voor de actieagenda voor de komende jaren. In hoofdstuk 5 worden deze verworvenheden geëtaleerd om in hoofdstuk 6 actuele tendensen die (nog) toekomstmuziek zijn te schetsen. Al het voorgaande resulteert in een zevende en laatste hoofdstuk waarin geschetst wordt wat ons te doen staat om van diversiteitbeleid tot realiteit te komen.

Hoofdstuk 1
Besturingsfilosofie: gemeentelijk beleid in een actieve democratie

1.1. Inleiding
De nota Meedoen en verbinden, diversiteitbeleid 2008-2012 werd niet door alle burgers van Breda gewaardeerd, omdat men niet geraadpleegd was over de inhoud ervan. Er waren een heleboel activiteiten bedacht en beschreven waar de vertegenwoordigers van migrantenorganisaties zich niet mee konden identificeren en waar ze zich niet door aangesproken voelden. Het doel van elk beleid om mensen te inspireren, te activeren en te enthousiasmeren werd met deze nota niet behaald.
Besloten is om met elkaar een andere weg in te slaan, namelijk die van Appreciative Inquiry.

1.2. Appreciative Inquiry.
Appreciative Inquiry is een instrument dat in de Verenigde Staten in 1986 door David L. Cooperrider (Becker, 2006) is geïntroduceerd om organisaties te verbeteren en door het SIOO (inter-university centre for organisational cange and learning) omgedoopt tot waarderend vernieuwen. Deze methode van interviewen en doorvragen helpt onderzoekers en betrokkenen in een proces om zicht te krijgen op veranderingen die ze willen realiseren. Dit proces doorloopt vier stadia: ontdekking (discovery) van wat er speelt, droomfantasieën (dream) over wat er kan, een ontwerp (design) voor verbetering, met als laatste een realisatie (delivery). Aan deze methode liggen een aantal vrijheden ten grondslag: de vrijheid te worden erkend in onderlinge relaties, gehoord te worden, gemeenschappelijk te kunnen fantaseren over organisatie en/of maatschappijverbetering, bij te dragen aan keuzes, te handelen en te ondersteunen en positief te zijn. Appreciative Inquiry staat voor respect en vertrouwen in de creativiteit en het oplossingsvermogen van burgers. Ten grondslag er aan liggen onderlinge relaties die gebaseerd zijn op een positieve waardering van burgers waarbij in de omgang en dialoog vertrouwen en veiligheid opgebouwd worden. Deze aspecten maken gesprekken levendig, opwindend en activeren de deelnemers om in actie te komen. Steeds is men in de Appreciative Inquiry alert voor creative killers zoals een nee-cultuur en onderdrukking. Mensen die zich onderdrukt voelen ervaren niet dat ze gehoord worden en erkend. Mensen die zich niet gehoord voelen en erkend zijn niet gevoelig voor het nemen van een actieve rol ten behoeve van veranderingen of verbeteringen. Het vermogen om te leren neemt navenant het gevoel van onderdrukking af.
De vrijheid om gemeenschappelijk te kunnen dromen (fantaseren, brainstormen, ideeën kunnen vormen) is essentieel. Er moeten ongevraagde ideeën, wensen en verbetervoorstellen op kunnen komen.
Cooperrider (2003), de grondlegger van Appreciative Inquiry verwoordt:
De beelden die wij in onze fantasie hebben (mind’s eye) en de verhalen die wij vertellen, hebben een directe impact op de persoonlijke en organisatorische bezigheden, de gezondheid en het leervermogen (Becker, 2006, p. 18).
In de dialoog worden beelden (fantasieën) hetzij persoonlijk of in dienst van het belang van de organisatie of de gemeente gemeenschappelijk eigendom. Door dromen (fantasieën) te verrijken worden de gemeenschappelijke, gedeelde beelden (images) versterkt, samen met het potentieel om tot grotere prestaties en vitaliteit te komen.

1.3. Van top-down naar bottom-up
De vrijheid om te kiezen om bij te dragen is een fundamentele omslag ten opzichte van een top-down besturingsfilosofie. In een traditionele top-down samenleving bepalen de beleidsmakers de ambities en beoordelen zij wie bij de realisering ervan een bijdrage mag leveren. In een participatieve democratie krijgt men de vrijheid om zelf invulling te geven aan een taak en wordt bovendien erkenning gegeven voor de leermogelijkheden van een ieder. In termen van Bredaas beleid: de 170.000 inwoners van Breda maken de stad en kleuren de samenleving. De 200 ambtenaren in dienst van de gemeente zijn ondersteunend aan deze 170.000 inwoners. Om een ondersteunende rol te kunnen vervullen is vrijheid in denken van de burgers van Breda een absolute noodzaak voor creativiteit, meedenken en welbevinden. In organisaties of gemeentes die Appreciative Inquiry toepassen wordt de werkvloer levendig van de opwinding doordat mensen creatief en ongeremd hun aandeel leveren in de samenleving zoals zij die voor zich zien. Hiervoor is het faciliteren van excitement van belang: het uitnodigen tot creatieve of vindingrijke oplossingen voor problemen en verbeteringen. Geen afgedwongen participatie of opgelegde ideeën die zich eigen moeten worden gemaakt, maar de vrijheid om te kiezen voor een eigen invulling van leren op de werkvloer en in het leven van alledag. Op deze manier gaan mensen gevraagd en ongevraagd hun bijdrage leveren. Niet langer een top-down benadering, maar een bottom-up aanpak waarbij mensen empowered worden om hun beste beentje voor te zetten. In Breda is dit gebeurd aan de hand van stadsgesprekken.

1.4. De Stadsgesprekken
Tijdens verschillende stadsgesprekken bepleitten mensen de uitvoering van een idee op de zeepkist en vroegen daar geïnteresseerde medeburgers bij.
De ervaring met dergelijke processen is dat de capaciteit om te handelen in het belang van een organisatie of gemeenschap vaak beperkt wordt door een gebrek aan ondersteuning. Via de stadsgesprekken en de werkgroepen die er uit voort komen, moeten mensen juist ondersteuning van elkaar gaan ervaren, maar ook van de gemeente. Dit is zo nodig omdat initiatieven vaak een avontuur zijn met een risico, al was het maar een financieel risico wat mensen bang maakt om eraan te beginnen.
Om mensen met een initiatief ten behoeve van een divers Breda te ondersteunen, is ervoor gekozen aan elk initiatief een gemeenteambtenaar te verbinden die bereid is mee te denken bij het realiseren van het initiatief. Daarbij is het van belang dat de gemeenteambtenaar in kwestie uitdrukkelijk de initiatiefnemer ondersteunt en zich niet het initiatief toe-eigent of zich tot probleemeigenaar laat kronen. Uit onderzoek naar het effect van het werken met Appreciative Inquiry blijkt dat juist het gevoel van de oorspronkelijke initiatiefnemer om eigenaar te zijn van de eigen inspanningen een belangrijke graadmeter is voor succes. Door het ervaren van ownership bleken mensen productiever, innovatiever en creatiever. De betrokkenheid van burgers en gemeenteambtenaren wordt vergroot en kennis neemt toe door de betrokkenheid en uitwisseling van ervaringskennis van verschillende partijen.


Hoofdstuk 2.
Opbrengst besturingsfilosofie: twaalf initiatieven

2.1. Inleiding
In de lijn van de besturingsfilosofie zoals geschetst in hoofdstuk 1. is tijdens een vergadering met vertegenwoordigers van migrantenorganisaties over de in januari 2008 verschenen nota diversiteitbeleid 2008-2012 aan de deelnemers gevraagd:
Wat is voor een ieder aan tafel het belangrijkste onderwerp als het over diversiteit gaat?
Vervolgens is de aanwezigen verzocht om een onderwerp te kiezen waar hij of zij zelf actie voor zou wil ondernemen vanwege de beleefde urgentie ervan. Hierop zijn een aantal initiatiefnemers boven komen drijven die tijdens een stadsgesprek medestanders hebben geworven voor hun eigen initiatief. De initiatieven hebben te maken met inburgering, onderwijs, werk, wonen, sociale integratie en actief burgerschap. Rondom elk initiatief ontstond tijdens de stadsgesprekken een werkgroep die de verschillende plannen verder uitwerkte. In dit hoofdstuk worden de verschillende initiatieven toegelicht.

2.2. Inburgering
Vanaf de jaren negentig is gestart met verplichte inburgeringcursussen voor nieuwkomers. Oudkomers zijn de mensen die voor die tijd al naar Nederland kwamen. In Breda gaat het om circa 4.500 mensen die moeilijk traceerbaar zijn. Deze mensen maken geen gebruik van bestaande inburgeringtrajecten. Onder de noemer Het is nooit te laat hebben de organisaties Gilde de Baronie, Humanitas, Vluchtelingenwerk, Breda Actief, Surplus Welzijn en Palet de krachten gebundeld om in contact te komen met deze onzichtbare groep en hen vervolgens op de juiste toon uit te nodigen om naar buiten te komen voor taallessen en ontmoetingen met anderen. Uit iedere wijk wordt een lijst met sleutelfiguren samengesteld. De sleutelfiguren worden vervolgens benaderd met de vraag om deel te nemen aan een symposium over mogelijk te ondernemen initiatieven. Te denken valt aan koffieochtenden in de buurt voor senioren of de uitbouw van bestaande initiatieven zoals Taal aan Huis van Gilde de Baronie en Taalmaatjes van Humanitas. Bij zowel Taal aan Huis als bij Taalmaatjes worden Nederlands sprekende mensen gekoppeld aan mensen die nog niet (zo goed) Nederlands spreken om samen de taal te oefenen. Hiermee ontstaan meer contacten in de buurt tussen mensen van verschillende afkomst. Bestaande en nieuwe initiatieven zouden bij elkaar gebracht moeten worden zodat ze elkaar kunnen versterken. Per Bredase buurt worden idealiter twee trekkers aangewezen die als spin in het web voor de verbinding tussen de verschillende initiatieven zorgen. Met onderlinge steun kunnen zo de activiteiten ten aanzien van het betrekken van oudkomers onderhouden en verder uitgebouwd worden.

2.3. Onderwijs
Onderwijs is een van de belangrijkste kruiwagens om in de Nederlandse samenleving een plek te verwerven. Op basis van de stadsgesprekken zijn twee initiatieven ontstaan. Het betreft het initiatief Ambities stimuleren en het initiatief Cito-toets voorbereiding voor (migranten)kinderen met een leerachterstand.
Met het initiatief Ambities stimuleren worden jongeren aangezet tot het pakken van de kansen die ze krijgen door in klassen te werken met Appreciative Inquiry. Dat wil zeggen dat jeugdigen samen ontdekken wat er speelt en wat ze de wereld te bieden hebben en waar hun passie ligt (discovery) om vervolgens droomfantasieën te verkennen over wat er kan (dream), samen een ontwerp (design) te maken voor een gewenste loopbaan of rol in de samenleving, met als laatste een realisatie (delivery). Hiertoe moeten leerkrachten zich de methode van Appreciative Inquiry eigen maken en zorgen voor een goede sfeer in de klas waarbij onderlinge relaties worden gezien, versterkt en benut, de leerlingen gehoord worden, gemeenschappelijk kunnen fantaseren over aanpassingen in het onderwijs die hen helpen om hun doel te bereiken, in actie te komen, elkaar te ondersteunen en positief te zijn.
Het initiatief Cito-toets voorbereiding voor (migranten)kinderen met een leerachterstand betreft een uitbouw van al bestaande activiteiten, zoals de kopklas die een extra jaar na de basisschool doorloopt om achterstanden weg te werken. Momenteel maken er dertien kinderen deel uit van de kopklas. De intentie is om meer kinderen van dit aanbod gebruik te laten maken. Daarnaast is bedacht om een pool van gepensioneerde leerkrachten samen te stellen die samen met ouders het gesprek met de leerkracht aangaan over mogelijke extra inspanningen die een kind een betere Cito-score op zouden kunnen leveren. Zij zouden ouders kunnen stimuleren om naar de 10-minuten gesprekken op school te gaan en hun kinderen dagelijks in het Nederlands voor te lezen. Het project de Voorleesexpres waarbij vrouwelijke Hbo-studenten kinderen voorlezen is een mooi aangrijpingspunt om op voort te borduren. Instellingen die hierbij samen op trekken zijn Breda Actief, Lucerna/Educatief en Cultureel centrum Brabant (Turks), de brede school en Ma lucha y ma logra (Antilliaans), de vrouwen studio en moedercentra.

2.4. Werk
De hoogste vorm van participatie is het vervullen van een betaalde baan. Daarmee verwerf je een inkomen en dat is de basis voor zelfredzaamheid. Op basis van de stadsgesprekken zijn twee initiatieven ontplooid ten aanzien van werk; Onverwachte armoede en Werkgevers wordt wakker.
Met het thema Onverwachte armoede beogen de initiatiefnemers om mensen met een minimum inkomen te ondersteunen en een hart onder de riem te steken. Zij vervullen immers een voorbeeldfunctie voor mensen met een uitkering. In buurthuizen en of theehuizen in de wijk worden laagdrempelige ondersteuningsspreekuren opgezet. De migrantenraad en het maatschappelijk werk gaan intensiever samenwerken om het maatschappelijk werk te interculturaliseren. Maatschappelijke stages en omscholingstrajecten leiden ertoe dat het personeelsbestand van de Instelling voor Maatschappelijk Werk (IMW) evenwichtiger wordt wat betreft culturele achtergrond van de professionals. Juist met de huidige kredietcrisis liggen in de zorg kansen voor werkzoekenden. Ook is het plan om in het kader van het initiatief Onverwachte armoede een driesterrenhotel te starten voor jeugdigen van 4 tot 14 jaar. Alleenstaande ouders zouden zo ’s avonds en in het weekend vrij kunnen zijn om naar een vergadering, een ouderavond, of een cursus te kunnen. Het driesterrenhotel kan ook cursussen voor ouders bieden. Een ander idee van de initiatiefnemers van Onverwachte armoede is om een Bredase bazaar op te zetten. Deze bazaar zou mensen de kans bieden om zelfgemaakte spulletjes te verkopen. Een bazaar heeft toeristische waarde. Mensen die moeilijk aan een baan komen, kunnen bovendien op de bazaar toch meedoen aan het maatschappelijk verkeer; een bazaar is een plek waar migranten en autochtonen elkaar kunnen ontmoeten. De Instelling voor Maatschappelijk Werk (IMW), Kober, de Leijstroom, Surplus Welzijn en Stichting Ouderenzorg Breda (SOB) zoeken elkaar op in het kader van dit initiatief.
Het initiatief werkgevers wordt wakker is ontstaan naar aanleiding van de constatering van verschillende Bredase burgers dat veel talent en de wil om hard te werken onbenut wordt gelaten. Het doel van dit initiatief is om werkgevers in Breda bewust te maken van de kwaliteiten die zij over het hoofd zien. Tijdens een stadsgesprek is dit initiatief verder uitgewerkt. Er heeft in 2008 een beursvloer inburgering plaatsgevonden. Werkgevers werden gekoppeld aan mensen die langer dan 15 jaar in Nederland zijn, de zogenaamde oudkomers. In 2009 zal opnieuw een dergelijke beursvloer plaats vinden in de vorm van een speeddate; 30-50 werkzoekende migranten zullen gekoppeld worden aan 30-50 vacatures. Er zal aandacht worden besteed aan mogelijkheden voor maatschappelijk ondernemerschap. Contact wordt gezocht met de Rotary en met werkgeversorganisaties om te lobbyen voor het aantrekken van migrantentalent. Een conferentie over diversiteit op de werkvloer wordt overwogen. In het kader van werkgevers wordt wakker zou een stagedatabase uitkomst bieden. Op deze site zouden werkgevers hun stageplaatsen kunnen vermelden, zodat studenten er op kunnen reageren. Om dit initiatief te realiseren wordt een samenwerkingsverband aangegaan tussen Stichting Emply, Vluchtelingenwerk, de Rotary en Breda Actief.

2.5. Wonen
Wijken die gevarieerd zijn wat betreft woningvoorraad, openbare ruimte en bevolkingssamenstelling resulteren in een prettig woonklimaat. Een gedifferentieerde bevolkingssamenstelling in sociaal economische achtergrond en in gezinssamenstelling voorkomt dat er gettovorming ontstaat. Op basis van de stadsgesprekken is het initiatief Waarderend wonen, wanneer beginnen we? uitgewerkt. Hieraan ligt het idee ten grondslag dat prettig wonen niet alleen samenhangt met wat er in je eigen huis gebeurt, maar ook met de sfeer in de straat en in de buurt. Ideeën die zijn geopperd zijn een Iftar (eerste maaltijd na de Ramadan) in een buurthuis, een theemiddag in de buurt, een nieuwe huurder uitnodigingen meegeven om zijn of haar buurtgenoten uit te nodigen voor de thee en een evenementenkalender per buurt met alle activiteiten en of buurtinitiatieven.

2.6. Sociale integratie
Het ontstaan van netwerken tussen mensen, buurten, wijken en groepen moet het resultaat zijn van inspanningen op het gebied van sociale integratie. De stadsgesprekken hebben tot de uitwerking van vijf initiatieven op dit gebied geleid; De ouder als loods, De toekomst van jongeren, Keep moving my friend, Sporten met kleur en Zolang je leeft, kun je leren.
Het initiatief De ouder als loods is er op gericht om ouders beter voor te bereiden op de opvoedkundige taken waar ze hier in Nederland voor gesteld zijn, zoals seksuele voorlichting en de begeleiding van kinderen bij hun schoolloopbaan. Mogelijke acties die in het stadsgesprek naar voren kwamen zijn: buurvrouwen uitnodigen op de koffie en zo tot netwerkvorming komen, activiteiten voor kinderen organiseren waarbij moeders de kans krijgen om elkaar te ontmoeten, de brede school als locatie waar ouders elkaar kunnen ontmoeten en over opvoedkundige thema’s ervaringen uit kunnen wisselen, het creëren van rolmodellen, autochtone grootouders die een opa of oma rol willen vervullen voor migrantenkinderen, of een vadercentrum dat vaders uitdaagt om meer betrokken te raken bij de opvoeding van de kinderen. Voor dit thema zal samenwerking plaats vinden tussen Surplus Welzijn, Thuiszorg Breda, Werk aan de Wijk en Singelveste.

Het initiatief de toekomst van jongeren is verbonden aan Radio Luctor. Radio Luctor zal een podium bieden voor muzikaal talent. Jongeren krijgen er de kans om hun eigen muzikale mogelijkheden te verkennen. Er zal een gastles op scholen worden gegeven waarin voor leerlingen helder wordt wat Radio Luctor kan bieden. Hierbij wordt ingezet op samenwerking met de Nieuwe Veste, het Muziekproject van Surplus Welzijn en op lagere termijn ook met Podium Bloos, Tracks en The Scene.

Het thema Keep moving my friend is een initiatief om via kunst en cultuur verbindingen tussen mensen te leggen. Het bekijken en ervaren van kunst is een manier om anderen te ontmoeten. Het zelf bezig zijn met kunst in het scheppen van eigen creaties geeft mensen de gelegenheid om gemeenschappelijke interesses te ontdekken. Wanneer de opbrengst van creatieve workshops in de buurt te bewonderen is op een buurttentoonstelling met een feestelijke opening, kan dit tot nieuwe contacten of een verdieping ervan leiden. Ook is geopperd om lokale kunst op spannende plekken te tonen: op de markt, in het buurthuis of in huiskamers. Rondom kunst stimuleren we ontmoeting, ontplooiing en verbinding; kunst naar de mensen en mensen naar de kunst!

Met het initiatief sporten met kleur sporen we talent in de sport op en creëren we kansen voor talent om sportief gezien op te bloeien. Samen sporten leidt tot contacten tussen mensen van verschillende afkomst. Eventuele vooroordelen kunnen verdwijnen. Het idee is om een sportdag te organiseren (bijvoorbeeld in sporthal de Scharen) waarin sportverenigingen demonstraties kunnen geven op het gebied van bijvoorbeeld voetbal, hockey, tennis, atletiek, boksen, basketbal, badminton, of fitness. Zowel migrantenorganisaties als burgers van Breda zullen tot de genodigden behoren. Kinderen die al sporten, kunnen hun ouders en/of opa’s en oma’s meenemen. Het initiatief wordt verder uitgewerkt door het IWMO, de Migrantenraad, Sterren van Morgen, Divers-City, Afro brabant, Ghana Union Breda, Breda Actief en het Centrum voor Persoonsontwikkeling.

Zolang je leeft, kun je leren is een initiatief om ouderen en jongeren met elkaar in contact te brengen waardoor er een gesprek op gang komt tussen generaties over het leven van toen en van nu. Jongeren zullen de foto’s van ouderen digitaliseren voor een tentoonstelling op scholen. Basisschool de Fontein en de Islamitische basisschool Okba Ibnoe Nafi hebben belangstelling getoond. Een ander idee is om ouderen op scholen verhalen te laten vertellen over het leven van vroeger. Met een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) kunnen lesthema’s bedacht worden waar het verleden onderdeel van uitmaakt. Bijvoorbeeld een les over de basis van verschillende kooktradities voor de koksopleiding of een les over de invloed van verschillende culturen op de hedendaagse mode voor de modeopleiding. Ouderen leveren steeds een bijdrage aan een lesprogramma in de vorm van het overdragen van geleefde geschiedenis. Ook kunnen themabijeenkomsten voor leerlingen van de basisschool georganiseerd worden door aan te haken bij bestaande gespreksgroepen van senioren in de wijk. Kinderen kunnen in een verzorgingshuis op bezoek gaan. Studenten van de Hoge School kunnen studieopdrachten vervullen die te maken hebben met behoeften en mogelijkheden van allochtone ouderen. Om dit initiatief te realiseren zal er een samenwerking tot stand komen tussen de Bredase basisscholen, het ROC West- Brabant, de Avans Hoge School, de Migrantenraad en het Stichting Ouderenwerk Breda (SOB).

2.7. Actief burgerschap
Actief burgerschap ontstaat wanneer burgers elkaar aanspreken op de elementaire vrijheden en rechten die hier gelden. Daarvoor is noodzakelijk dat iedereen enige kennis heeft over de identiteit van dit land zoals het door de geschiedenis vorm heeft gekregen. De stadsgesprekken hebben geleid tot een initiatief dat bijdraagt aan actief burgerschap onder de noemer Op eigen kracht meedoen met anderen. Het is erop gericht om de verschillende initiatieven in Breda die bijdragen aan diversiteit met elkaar te verbinden. Daarbij wordt gedacht aan het organiseren van een groot multicultureel stadsfeest, maar ook aan festiviteiten op buurtniveau. Beoogd effect hiervan is dat bewoners weer meer verantwoordelijkheid voor de sfeer in de stad en in de eigen buurt gaan nemen. De migrantenraad, bewonersorganisaties, Surplus Welzijn en woningcorporaties zullen de krachten bundelen om deze initiatieven te realiseren.

Hoofdstuk 3.
De twaalf initiatieven in het licht van de maatschappelijke visie van Breda

3.1. Inleiding
In 2008 is door bewoners en organisaties een visie geformuleerd op Breda in 2020. De twaalf initiatieven die in hoofdstuk 2 zijn beschreven dragen bij aan het realiseren van die visie. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de inhoud van de maatschappelijke visie Breda 2020. Vervolgens worden de twaalf initiatieven die op het gebied van diversiteit zijn genomen, geplaatst binnen deze maatschappelijke visie.
De kern van de maatschappelijke visie Breda is dat mensen graag in Breda zijn, omdat ze zich er prettig voelen en er kansen liggen, voor henzelf, maar ook voor hun kinderen. Iedereen doet idealiter naar vermogen en behoefte mee aan de Bredase samenleving. De ultieme mogelijkheid tot participatie wordt gezien in het vervullen van een betaalde baan. Daarmee wordt een inkomen verworven; de basis voor zelfredzaamheid. Het verkrijgen van een baan is afhankelijk van de genoten opleiding. Het volgen van onderwijs en in het bezit komen van minimaal een starkwalificatie is noodzakelijk om een baan te kunnen krijgen. Het ontbreken van een startkwalificatie betekent een groot risico voor het behouden van een baan. Soms lukt het niet om de geboden onderwijskansen te benutten, of om een verworven baan te houden. In die gevallen is een steun in de rug nodig om een tweede kans te grijpen.
Om gebruik te kunnen maken van kansen is een goede mentale en lichamelijke gezondheid van belang. Cultuur, sport, vrijwilligerswerk en welzijnsactiviteiten dragen daar aan bij. Ook op deze terreinen worden Bredanaars gestimuleerd om te participeren. Als het desondanks niet lukt om zelfstandig in de samenleving te functioneren, biedt de gemeenschap zorgvoorzieningen aan. Ieder individu heeft recht op een menswaardig bestaan. De zorgvoorzieningen bieden daarvoor een basis. Ook mensen die van zorg gebruik maken krijgen de kans om zoveel als mogelijk zelfredzaamheid te zijn ondanks eventuele beperkingen. Samengevat gaat het om vier thema’s: Goed toeven, Groeien in Breda, Meedoen en Gezond en zorgzaam. In dit hoofdstuk worden deze thema’s verbonden met de twaalf initiatieven op basis van stadsgesprekken zijn genomen ter bevordering van diversiteit.

3.2. Goed toeven
We willen dat het in 2020 nog steeds goed toeven is in Breda met een combinatie van levendige stedelijkheid en dorpse intimiteit. We erkennen dat er ook wijken zijn waar minder welvarendheid en betrokkenheid is en meer behoefte aan ondersteuning. We investeren in mensen en hun netwerken. Zo bieden we mensen mogelijkheden om het beste uit zichzelf te halen. Met de juiste voorzieningen stimuleren we ontmoeting, ontplooiing en verbinding; we bevorderen het ontstaat van netwerken tussen mensen, buurten, wijken en groepen.
Het initiatief Waarderend wonen, wanneer beginnen we? draagt bij aan het realiseren van de ambitie dat het goed toeven moet zijn in Breda. Ook het initiatief Op eigen kracht meedoen met anderen is een manier om het thema Goed toeven handen en voeten te geven. Verschillende initiatieven die gericht zijn op diversiteit zullen met elkaar verknoopt worden tijdens een groot multicultureel stadsfeest. Festiviteiten op buurtniveau dragen net zo goed bij aan het goed toeven in de stad, want gezamenlijkheid maakt dat bewoners weer meer verantwoordelijkheid voor de eigen buurt gaan nemen.
Kunst maken en bekijken leidt tot ontmoetingen tussen bewoners; kunst naar de mensen en mensen naar de kunst! De opbrengst van creatieve workshops kan getoond worden op de markt, in het buurthuis of in huiskamers. Keep moving my friend, het initiatief om via kunst en cultuur verbindingen tussen mensen te leggen, maakt het nog prettiger om in Breda te zijn.

3.3. Groeien in Breda
Dertig procent van alle inwoners van Breda is jonger dan 24. Zij zijn de toekomst van de stad. Breda wil voor hen optimale kansen creëren. We willen kinderen in heel Breda de kans bieden om gezond en veilig op te groeien. Kinderen en jongeren moeten in Breda goed en toegesneden onderwijs krijgen en gebruik kunnen maken van een gevarieerd aanbod aan opleidingen. We willen bovendien stimuleren dat de jeugd actief en betrokken is. Breda wil voor de jeugd een uitdagende stad zijn waar zij zich in volle breedte kunnen ontwikkelen, ontplooien en ontspannen. We investeren in jeugd. In Breda tel je mee als je jong bent.

Groeien in Breda gaat beter en wordt leuker met de drie initiatieven Ambities stimuleren, De ouder als loods en De toekomst van jongeren.
Met het initiatief Ambities stimuleren krijgen jongeren handvatten om hun passie te volgen en de kansen om die passie om te zetten in studie en/of werk te realiseren. Een tweede initiatief op basis van de stadsgesprekken dat bijdraagt aan groeien in Breda betreft een Cito-toets voorbereiding voor (migranten)kinderen met een leerachterstand.
Groeien in Breda gaat beter met het initiatief De ouder als loods. Het is er op gericht om ouders beter voor te bereiden op de opvoedkundige taken waar ze hier in Nederland voor staan, zoals het geven van seksuele voorlichting en de begeleiding van de schoolloopbaan van kinderen.
Het initiatief De toekomst van jongeren is het derde en laatste initiatief dat groeien in Breda bevordert. De toekomst van jongeren wil een podium bieden voor muzikaal talent. Er zal een gastles op scholen worden gegeven waarin voor leerlingen helder wordt wat Radio Luctor in dit verband kan bieden.

3.4. Meedoen
In Breda doet iedereen mee, want iedereen is nodig. Deelnemen aan de samenleving zorgt voor zelfredzaamheid. Iedereen krijgt de kans om zijn of haar capaciteiten in te zetten, voor zichzelf en voor de samenleving; werken naar vermogen staat hierbij centraal. Voor wie dat (even) niet mogelijk is, bieden we ondersteuning. De gemeente zet zich in voor stijging van de arbeidsparticipatie, voor een goede aansluiting van scholing op werk, voor voldoende geschoold en gemotiveerd personeel voor het bedrijfsleven. We maken ons sterk voor een groter aandeel mensen dat vrijwilligerswerk verricht en bieden hiervoor nieuwe mogelijkheden en ondersteuning. Wie een uitkering ontvangt draagt op een ander manier bij aan de samenleving.
Onder de noemer Het is nooit te laat wordt contact gelegd met oudkomers, mensen die langer dan 15 jaar in Nederland zijn en niet verplicht werden om deel te nemen aan inburgeringstrajecten.
Met het initiatief Onverwachte armoede gaan mensen met een minimum inkomen meer meedoen dan nu het geval is. Met ondersteuning, een hart onder de riem en waardering wordt empowerment van deze mensen bevorderd.
Ook is er het idee om een driesterrenhotel te starten voor jeugdigen van 4 tot 14 jaar om met name alleenstaande ouders te ontlasten ’s avonds en in het weekend zodat ze naar een vergadering, ouderavond, of cursus kunnen.
Meedoen wordt met de inzet rondom Onverwachte armoede gestimuleerd. Het idee is om een Bredase bazaar op te zetten. Deze bazaar zou mensen de kans bieden om zelfgemaakte spulletjes te verkopen, het zou van toeristische waarde zijn en mensen die moeilijk aan een baan komen op weg helpen. Bovendien is het een plek waar migranten en autochtonen elkaar kunnen ontmoeten.
Meedoen op de reguliere arbeidsmarkt is minstens zo belangrijk. Het initiatief Werkgevers wordt wakker komt voort uit de constatering dat veel talent en de wil om hard te werken onbenut wordt gelaten. Het doel van dit initiatief is om de werkgevers in Breda bewust te maken van de kwaliteiten die zij over het hoofd zien.

Oudere migranten bezitten een schat aan ervaringskennis en zijn een mogelijk boegbeeld van levende geschiedenis. Zolang je leeft, kun je leren is een initiatief om levende geschiedenis ook levend te houden. Doordat ouderen met jongeren in contact komen kan een gesprek op gang komen tussen generaties over het leven van toen en van nu. Voor jongeren geldt: weten wat er achter je ligt, helpt om vooruit te komen en voor ouderen geldt: de jeugd is de toekomst en daarmee de moeite waard om in te investeren.

3.5. Gezond en zorgzaam
Een goede gezondheid is een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving. We zien het dan ook als taak om vooral aandacht te besteden aan hen die zorg of hulp nodig hebben. Dat bereiken we met de juiste voorzieningen en stimuleringsmaatregelen. De vraag naar zorg neemt toe en zal ook in de komende jaren groter worden. Daarom is het belangrijk om te investeren in preventie. We willen dat de zorg voor iedereen bereikbaar, bruikbaar en toegankelijk is. We stimuleren zorgzaamheid voor elkaar, maar bieden ook een vangnet voor wie het niet op eigen kracht redt.

Het initiatief Sporten met kleur draagt bij aan gezondheid en zorg in Breda. Talent krijgt er de kansen om op te bloeien. Via de sport kunnen mensen van verschillende afkomst elkaar beter eren kennen en kunnen eventuele vooroordelen verdwijnen.

Hoofdstuk 4.
Maatschappelijke visie Breda in het licht van handreiking diversiteit

4.1. Inleiding
In hoofdstuk 3 is aangegeven hoe de twaalf initiatieven op het gebied van diversiteit een concrete invulling geven aan de vier thema’s van de maatschappelijke visie op het Breda van 2020. Het zijn deze lokale ervaringen die het Rijk inspireren tot het stellen van kaders, het maken van wetten en tot de inzet van financiële middelen. Het Rijk zet een gemeente overstijgende beleidslijn uit die vervolgens weer een lokale vertaling krijgt. In juni 2008 heeft de toenmalige Minister voor Wonen, Wijken en Integratie een handreiking met de titel Datgene wat ons bindt uit doen gaan naar de gemeenten die als inhoudelijk houvast kan dienen om lokaal diversiteitbeleid vorm te geven. In deze handreiking is een gemeenschappelijke visie op hoofdlijnen geformuleerd die concreet is uitgewerkt aan de hand van de onderwerpen inburgering, onderwijs, werk, wonen, sociale integratie, actief burgerschap, emancipatie en participatie van migrantenvrouwen en veiligheid. De horizon van deze handreiking is 2012 en loopt daarmee gelijk aan het mandaat van de huidige regeringscoalitie. In de komende jaren zal de handreiking op basis van thematische regiobijeenkomsten worden geactualiseerd. De ambtelijke werkgroep die de handreiking Datgene wat ons bindt heeft voorbereid blijft daartoe bestaan.
De integratie van migranten in de Nederlandse samenleving krijgt op lokaal niveau haar beslag. In de eigen buurt, wijk, school, straat of op het werk. Daar blijkt welke aanpak aanslaat en welke niet. Des te belangrijker is het om de lokale visie op Breda in 2020 te verbinden met de inzichten op Rijksniveau uit de handreiking Datgene wat ons bindt. In dit hoofdstuk zullen de vier thema’s uit de visie op Breda in 2020 gerelateerd worden aan de acht beleidsterreinen die zijn onderscheiden in Datgene wat ons bindt.

4.2. Goed toeven
Om ervoor te zorgen dat het in 2020 goed toeven is voor iedereen is veiligheid een belangrijk ingrediënt, net als inburgering.
Veiligheid in de eigen kring en in de sociale en fysieke omgeving is een cruciale randvoorwaarde voor integratie, emancipatie, participatie en burgerschap. Integratieprocessen zijn gebaat bij een effectieve veiligheidsbenadering die werkt voor alle burgers in de gemeenten. De ambitie van het Rijk en de gemeenten is om ten aanzien van relatief nieuwe vraagstukken in de Nederlandse samenleving zoals eergerelateerd geweld en radicalisering met effectieve aanpakken te experimenteren, zowel preventief als repressief. Het Rijk voert momenteel het landelijk Actieplan polarisatie en radicalisering 2007-2011 uit. Daarnaast wordt gewerkt aan de uitvoering van het beleidsprogramma Eergerelateerd geweld door middel van onderzoek, maatschappelijke preventie, bescherming en strafrechtelijke aanpak. Het meerjaren kaderprogramma Aan de goede kant van de eer wordt uitgevoerd door vier minderhedenkoepels en lokale achterbangroepen. Het project Veiligheid begint bij voorkomen tot slot, is gericht op de vermindering van criminaliteit en overlast in 2010 met 25% ten opzichte van 2002.
Ten aanzien van inburgering zal het Rijk de Wet inburgering vereenvoudigen, zodat gemeenten geen ingewikkelde toets hoeven uit te voeren om vast te stellen wie wel en wie niet een inburgeringaanbod kan krijgen. Verder is het vanaf 1 januari 2008 mogelijk om een inburgeringaanbod te doen dat direct opleidt voor het staatsexamen en komt er meer ruimte voor maatwerk vanwege de sterk verschillende capaciteiten en ambities van inburgeraars. Het Rijk biedt extra middelen voor vergroting van het bereik van inburgeringtrajecten.
Daarbij is het in navolging van de Rijksambitie de bedoeling om de activiteiten steeds zo in te richten dat ze ondersteunend zijn aan het betrekken van oudkomers bij de samenleving. Dit wil zeggen dat oudkomers steeds uitgedaagd worden om situaties aan te gaan waarin ze de Nederlandse taal toepassen in de praktijk en daadwerkelijk in contact komen met de Nederlandse samenleving.

4.3. Groeien in Breda
Wil Breda in 2020 optimale kansen bieden aan ieder opgroeiende Bredanaar, dan is onderwijs een onmisbaar element. Onderwijs is een van de belangrijkste kruiwagens om in de Nederlandse samenleving een plek te verwerven. Neem bijvoorbeeld Ahmed en Sanne. Ahmed is een typisch achterstandskind: zijn moeder heeft alleen lagere school, zijn vader doet productiewerk in een fabriek. Ook al is Ahmed een slim ventje, toch maakt hij minder kans op een glansrijke schoolcarrière dan Sanne. Want Sannes vader is architect, haar moeder huisarts. Dit kansrijke meisje groeit op met kunst aan de muur, boeken in de kast en ouders die al sinds haar babytijd met haar praten: Welke appel is het grootst? Pak jij even de rode beker uit de kast? Het verschil tussen de twee kleuters wordt niet bepaald door hun etniciteit, maar door het opleidingsniveau van hun ouders. Hoe hoger dat is, des te groter de onderwijskansen van een kind, zo weten sociologen, leraren en beleidsmakers als vele decennia. De gewichtenregeling is daarom aangepast. Niet langer is het geboorteland van de ouders bepalend voor de toekenning van budgetten aan scholen, maar het opleidingsniveau van de ouders. Hoe kan de achterstand van Ahmed (die ook Rob of Danny kan heten) worden verkleind? Het antwoord op deze vraag is al lang bekend: Door ze samen in een klas te stoppen. Want hoe hoger het gemiddelde niveau in een klas, des te beter alle leerlingen gaan presteren. Dat komt ondermeer doordat leerkrachten hun onderwijs vaak afstemmen op de gemiddelde leerling. Scholen met veel kansrijke leerlingen trekken betere leraren aan en leerlingen leren ook van elkaar. Toch zijn er behalve de verhouding tussen kansrijke en kansarme kinderen in een klas nog veel meer factoren die de prestaties van een klas bepalen. Denk bijvoorbeeld aan de pedagogisch-didactische onderwijskoers van het team en de talenten van juist die ene geniale of zwakke leerkracht. Toch is de samenstelling van de klas wel degelijk van invloed. Hoe beter een klas, hoe beter ook ieder individueel kind leert. Dat zou dan goed zijn voor Ahmed, maar is het ook goed voor Sanne? Ja zeggen voorstanders van de gemengde school als je kijkt naar Sannes sociaal-emotionele ontwikkeling. Door naast Ahmed te zitten wordt ze beter voorbereid op de multiculturele samenleving en maakt ze bovendien kennis met kinderen uit andere sociale milieus. De gemengde school is een must vanuit een maatschappelijk onderwijsideaal van gelijke of zo min mogelijk ongelijke kansen voor alle kinderen. In de woorden van emeritus hoogleraar onderwijs pedagogiek Jan Terwel:
Ik sta voor 100% achter de gemengde school. Het is bijna misdadig om achterstandskinderen allemaal bij elkaar te zetten en witte en zwarte scholen te laten ontstaan. Via de Wet Onderwijsachterstandenbeleid moeten scholen integratie bevorderen en segregatie tegengaan.
De gemengde school is ook zo belangrijk voor de kwaliteit ervan omdat hoogopgeleide ouders zich met de organisatie van de school bemoeien, met de benoeming van leerkrachten en buitenschoolse activiteiten. Soms geven deze ouders een extra bijdrage in de vorm van geld. Scholen worden beter van zulke ouders.
Na de basisschool blijken migranten in Nederland veel minder vaak het hoger onderwijs te halen dan in een land als Frankrijk. Niet omdat Nederlandse migranten minder talent hebben, maar omdat het Nederlandse onderwijsstelsel drempels voor hen opwerkt. We lopen veel potentie mis. Zo wordt bijvoorbeeld in landen waar de selectie voor het beroepsonderwijs ofwel algemeen vormend onderwijs al op jonge leeftijd plaats vindt, halen veel minder Turken het hoger onderwijs dan in landen waar die keus laat gemaakt wordt. Nederland hoort tot de landen waar de keuze vroeg wordt gemaakt: al op hun twaalfde kiezen kinderen hier tussen VMBO of havo of VWO. In Frankrijk doen ze dat pas met vijftien jaar. Dat heeft grote gevolgen. In Nederland haalt bijvoorbeeld 28 procent van de tweede generatie Turken het hoger onderwijs, in Frankrijk is dat 47%. Duitsland doet het trouwens nog slechter. Daar vindt de selectie al plaats als kinderen nog maar 10 jaar oud zijn en weet slechts 7% het hoger onderwijs te bereiken. Twaalf jaar is gewoon te vroeg voor een schoolkeuze die de loopbaan van de leerlingen grotendeels bepaalt. Het Nederlandse onderwijssysteem hoeft niet overhoop gehaald te worden om het probleem op te lossen. Maurice Crul, onderwijskundige aan de Universiteit van Amsterdam pleit bijvoorbeeld voor het opzetten van zogeheten Havo kansklassen, klassen voor vmbo’ers die als ze goed presteren na twee jaar over kunnen stappen naar de havo. Ook Kopklassen kunnen goed werken: een extra jaar na de basisschool om achterstanden weg te werken en voor al veel eerder; de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Ook schakelklassen, de ontwikkeling van brede scholen, extra taalonderwijs, kleinere klassen, klassenassistenten en het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten helpen.
Voortijdig schoolverlaten komt onder migrantenjongeren twee keer zo vaak voor als onder hun autochtone leeftijdgenoten. Het Rijk beoogt dit verschil weg te nemen door het onderwijs in met name het VMBO effectiever te maken en een betere aansluiting van VMBO naar MBO te realiseren. Voortijdig schoolverlaten moet in 2012 gehalveerd zijn onder invloed van het landelijke project Aanval op de uitval.
Eerder opgedane scholingsachterstanden van volwassenen worden idealiter ingelopen via inburgeringprogramma’s.
Met ingang van 1 januari 2009 is er een leerwerkplicht tot 27 jaar en een kwalificatieplicht tot 18 jaar vanaf schooljaar 2007/2008. Tot slot zet het Rijk in op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De ambitie van het Rijk en de gemeenten is om al dit type instrumenten in te zetten ter bevordering van een optimale ontwikkeling van kinderen.

4.4. Meedoen
Meedoen heeft betrekking op de beleidsthema’s werk, wonen, actief burgerschap en op emancipatie en participatie van niet-westerse migrantenvrouwen.
Ook al is de kredietcrisis een verstorende factor; werk is de sleutel tot maatschappelijk aanzien en erkenning en daarmee meedoen in de samenleving. Arbeid maakt de mens economisch onafhankelijk en sociaal vitaal en draagt bij aan identificatie met de samenleving.
De ambitie van het Rijk en de gemeenten is om de arbeidsparticipatie van niet westerse migranten tussen 25 en 65 jaar van 51% nu naar 58% in 2018 te doen toenemen. Het lage percentage van 51% wordt voor een groot deel verklaard door ondervertegenwoordiging van Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse vrouwen in de arbeidsmarktstatistieken en door de tweemaal zo hoge werkloosheid onder de niet westerse jeugd ten opzichte van autochtone leeftijdsgenoten.
De te lage arbeidsdeelname van migranten van niet-westerse afkomst heeft te maken met de werkzoekende (gebrekkige scholing en opleiding), maar ook met werkgevers die nog altijd migranten (onbewust) discrimineren en met de markt omdat migranten onvoldoende in het netwerk zitten dat banen biedt. Naast regulier arbeidsmarktbeleid zullen speciale maatregelen ingezet worden om niet-westerse migrantenvrouwen en jongeren de arbeidsmarkt op te trekken. Door te investeren in scholing van mensen die onvoldoende gekwalificeerd zijn, maar ook te kijken naar een verbeterde bemiddeling richting arbeidsmarkt en de bestrijding van discriminatie.
Afspraken tussen het kabinet, de werkgevers, de werknemers en gemeenten moeten leiden tot de actieve bestrijding van discriminatie en het realiseren van meer stageplaatsen. De invoering van nieuwe reintegratie-instrumenten voor de onderkant van de arbeidsmarkt zijn van belang. Te denken valt aan coaching, netwerkvorming intensieve bemiddeling, toonkamers, regionale en lokale marktbewerking en banenplannen. Verder zullen afspraken worden gemaakt over streefcijfers met de werkgevers van de overheid. Bedrijven worden via een landelijk netwerk diversiteitmanagement benaderd, overheidsprojecten worden bij voorkeur gegund aan bedrijven die in hun offerte aantonen de werkgelegenheid van niet-westerse migranten te bevorderen, microkrediet wordt verstrekt aan startende ondernemers, en een beeldvormingcampagne over migrantenjongeren voor werkgevers zal worden gevoerd. Ook zullen initiatieven ondersteund worden ter vergroting van sollicitatievaardigheden en soft skills onder migrantenjongeren.
Het Rijk heeft met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat het aantal bijstandsgerechtigden met 75.000 gereduceerd zal moeten worden, dat 25.000 niet-uitkeringsgerechtigden naar werk en anders naar maatschappelijk nuttige activiteiten toegeleid worden, dat er leerwerkloketten zullen komen, dat zelfstandig ondernemerschap wordt bevorderd en dat er een specifieke aanpak komt voor hoogopgeleide vluchtelingen.

Ten aanzien van het beleidsthema wonen is de ambitie van het Rijk en de gemeenten om een te hoge concentratie van huishoudens met lage inkomens te verminderen en segregatie naar inkomenspositie te vermijden. Een combinatie van fysieke ingrepen, sociale voorzieningen en overheidssturing op de woningvoorraad moet leiden tot een betere menging van inkomensgroepen. Belangrijke partner voor de overheid zijn in deze de woningcorporaties die de maatschappelijke taak hebben om lage inkomensgroepen te huisvesten.
Fysieke ingrepen zijn sloop en nieuwbouw in wijken met een eenzijdige, goedkope woningvoorraad om deze te mengen met andere en duurdere woningtypen. Overheidssturing kan plaats vinden door integratie en veiligheid op te nemen in de gemeentelijke woonvisie, door instroom van lage inkomensgroepen in de concentratiewijken te reguleren en door de instroom van nieuwe immigrantengroepen in concentratiewijken te beperken (met name uit voormalig Oost-Europa). De huisvesting van gepardonneerde ex-asielzoekers zal via een gemeentelijke taakstelling verspreid worden over Nederland, er zal een aanpassing van de huisvestingswet plaatsvinden waarbij leefbaarheid als criterium wordt toegevoegd voor woningtoewijzing. Verenigingen van Eigenaren worden aangepakt bij achterstallig onderhoud en regionale woningproductieafspraken moeten leiden tot spreidingsontwikkeling van woningbouw.

Onder de noemer actief burgerschap willen het Rijk en de gemeenten gemeenschappelijkheid bevorderen; een gezamenlijk gedeeld burgerschap waarmee een ieder meedoet in de samenleving. Daarvoor is nodig dat alle burgers een beroep kunnen doen op elementaire vrijheden en rechten die hier gelden, maar dat ook iedereen die enige kennis heeft over de identiteit van dit land, zoals het door de geschiedenis vorm heeft gekregen. De overheid heeft hierin een belangrijke rol als bewaker van de rechtsstaat en als generator van onderlinge verbondenheid. Bij bevordering van actief burgerschap gaat het om respect voor elkaars rechten en respect voor verschillen in culturele en/of religieuze achtergrond.
Het Rijk heeft ter bevordering van actief burgerschap een Handvest voor verantwoordelijk burgerschap uitgegeven. Dit wordt onder andere in het onderwijs gehanteerd.
De invoering van de naturalisatieceremonie als een landelijke dag van het Nederlanderschap is gericht op de bevordering van het besef van onderlinge verbondenheid. Het bevorderen van actief burgerschap en het bestrijden van processen die dit in de weg staan, zoals uitingen van discriminatie en racisme zijn van groot belang, net als de bevordering van een landelijke dekkend netwerk van anti-discriminatievoorzieningen via wetgeving en financiële middelen. Tot slot wordt het debat over de kernwaarden van de rechtsstaat, over de relatie tussen religie en samenleving en over wederzijds respect gestimuleerd.

Een groot deel van de 830.000 migrantenvrouwen in Nederland doet nog niet actief mee in de samenleving. Ze spreken niet of nauwelijks Nederlands en zijn sterk op de eigen kring gericht. Deze situatie moet doorbroken worden, want ook zij mogen meedoen. Dat is niet alleen voor de vrouwen zelf van belang, maar ook voor hun kinderen, gelet op het risico van overerving van sociale achterstand. De ambitie van Rijk en gemeenten is dat deze vrouwen actief worden in de samenleving, bijvoorbeeld via betaald werk. Daar voor is nodig dat zij de Nederlandse taal op basisniveau beheersen en enige arbeidskwalificatie opbouwen. Is de afstand tot de arbeidsmarkt nog te groot, dan is maatschappelijke participatie via vrijwilligerswerk een optie. Rijk en gemeenten zijn hier samen mee aan de slag op basis van de instrumenten en methodieken die zijn beschreven in de emancipatienota Meer kansen voor vrouwen. Omdat emancipatie van vrouwen soms wordt belemmerd door de opvattingen van mannen over vrouwen richt het emancipatiebeleid zich ook op mannen en jongens uit deze groepen. Het Rijk heeft de toolkit paricipatie uitgezet. Breda is een van de vier gemeenten die er in 2004 in de pilotperiode al ervaring mee op heeft gedaan. Het is een instrument dat gemeenten in kunnen zetten om een samenhangend beleid ter bevordering van de participatie van vrouwen van niet-westerse migrantengroepen te ontwikkelen. Ook vergemakkelijkt het de creatie van paraprofessionele functies die vrouwen goede mogelijkheden bieden zonder formele startkwalificaties werkervaring op te doen en door te stromen op de arbeidsmarkt. Op de participatietop is afgesproken dat sectoren worden gestimuleerd om dergelijke functies te creëren. Zelfstandig ondernemerschap wort gestimuleerd met microkredieten en het vergroten van zelfredzaamheid door vrouwelijke en mannelijke rolmodellen in te zetten. Plannen worden ontwikkeld om de participatie en emancipatie van mannen en jongens uit niet-westerse migrantengroepen te bevorderen en eergerelateerde geweld uit te bannen.

4.5. Gezond en zorgzaam
Om zorg voor elkaar te kunnen bieden is sociale integratie van groot belang, want wie anoniem en geïsoleerd leeft, staat er alleen voor.
Het Rijk en de gemeenten willen graag dat (groepen) burgers zich meer betrokken voelen bij elkaar en zo mogelijk samen gaan werken bij onderwerpen van gemeenschappelijk belang. Dat kan heel verschillend zijn: samen eten, samen sporten, samen verenigingen besturen, samen deelnemen aan culturele activiteiten enz. Daadwerkelijke sociale integratie vindt plaats in wijken en buurten. Het Rijk zal dit lokale beleid ondersteunen. Het Rijk geeft daarbij de voorkeur aan projecten die leiden tot vanzelfsprekende en/of herhaalde ontmoeting, omdat dit leidt tot duurzame verandering en functionele identificatie met Nederland. Een andere belangrijke ambitie is de combinatie van beleidsterreinen die op het vlak van sociale integratie op elkaar inwerken, bijvoorbeeld de verbinding van jeugdbeleid met opvoedingsondersteuning van de ouders.

Het Rijk investeert in acties om de binding tussen burgers te bevorderen, bijvoorbeeld via de landelijke stimuleringsregeling Ruimte voor contact die plannen van burgers om op lokaal niveau samen te werken financieel ondersteunt. Ook in de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin wordt geïnvesteerd, het elektronisch kinddossier wordt ingevoerd en een 100% dekking van de Zorg- en Adviesteams gerealiseerd.

Hoofdstuk 5.
Resultaten diversiteitbeleid voorgaande jaren

5.1. Inleiding
Behalve de 12 initiatieven die halverwege vorig jaar zijn genomen zijn er in Breda de jaren daarvoor een rijk scala aan waardevolle activiteiten in het kader van diversiteit ondernomen. Een actieagenda voor de komende jaren heeft als fundament datgene wat eerder al gerealiseerd is. In dit hoofdstuk komen die verworvenheden aan de orde. Ze zijn opnieuw geclusterd onder de 4 thema’s van de Maatschappelijke visie Breda 2020.

5.2. Goed toeven
Om het goed toeven in Breda te bevorderen zijn in het verleden goede ervaringen opgedaan met Woonateliers en het project Kleurrijk groen.
De methode Woonateliers is in 2006 toegepast door Singelveste voor de herinrichting van een deel van Geeren-Zuid. De uitvoering lag in handen van Forum en Palet, respectievelijk de landelijke en provinciale adviesbureaus voor multiculturele zaken. Een woonatelier bestaat uit tien bijeenkomsten waarin aspecten van ruimtelijke vormgeving worden belicht waarna een groep bewoners onder leiding van een architect een eigen ontwerp maakt. Woon- en leefomgeving, leef- en woonstijlen, ontwerpen en advies komen aan bod. Het proces leidt tot een presentatieboek die de woningcorporatie als toolkit kan gebruiken.
In 2005 werd de workshop Kleurrijk groen gehouden. Deze samenwerking tussen de directie Diversiteit en de directie Ruimtelijke Ordening was gericht op migrantenvrouwen die hun ideeën gaven over groen in de wijk geïnspireerd door een inleiding over een buurttuinproject en een wandeling langs stukjes groen in de buurt. Ook voor mannen is een dergelijk project de moeite waard. Het project kan meer effect hebben als groepen burgers stukken openbaar groen in zelfbeheer krijgen om er groenten op te verbouwen. Ook kan er op openbare groenplaatsen meer noten en vruchtenbomen geplant worden waar vrijelijk uit geplukt kan worden (bijvoorbeeld kastanjebomen, rozenbottelstruiken, beukenbomen of walnotenbomen).

5.3. Groeien in Breda
•Voor en Vroegschoolse Educatie (VVE).
•Peuterspeelgelegenheid speel mee.
•Platform allochtone ouders en onderwijs.
•Handvest actief burgerschap.
•De kopklas.
•De voorleesexpres.
Zie stukken die Ingrid Romeo mailt (VVE, cito-score en concept monitor onderwijs en jeugdbeleid)

5.4. Meedoen
In het verleden zijn instrumenten ontwikkeld, activiteiten ontplooid en overlegvormen geïnitieerd die meedoen gemakkelijker maken.

Instrumenten die bevorderen dat iedereen meedoet in Breda zijn:
•Monitor diversiteit (om van instellingen te meten in hoeverre ze diversteitproof zijn om er vervolgens al dan niet een diversiteitkeurmerk aan te kunnen geven, laatst verschenen 2004).
•Handreiking Breda Aktief (2006) met suggesties om vrijwilligers- en sprotverenigingen te laten verkleuren.
•Vier brochures (2009) met een instructie voor de besteding van inburgeringsgelden via het participatiefonds.
•Divers personeelsbeleid gemeente Breda (2004-heden).
•Toolkit participatie migrantenvrouwen bestaande uit een quick scan voor de bepaling van de positie van migrantenvrouwen in de gemeente, een visieontwikkelingstraject voor het formuleren van beleidsdoelen en omvormen van een notitie tot een lokale participatieagenda (2004).

Activiteiten die bijdragen aan meedoen:
•Zomerkleuren waarbij gesprekstafels in buurten worden opgesteld met eten en drinken en iedereen die langs komt aan kan schuiven (2005, 2006, 2007).
•Naturalisatieceremonie om het slagen voor het inburgeringexamen en de bijbehorende naturalisatie te vieren op het gemeentehuis (2008-nu).
•1001 kracht; een project waarbij per jaar 50 migranten vrouwen maatschappelijk actief zijn met vrijwilligerswerk, uit te breiden naar mannen door Breda actief (2006-2010).
•Taal aan huis in Noordoost Breda, taalmaatjes in de rest van Breda en Spraaksaam als onderdeel van het project 1001 kracht (2006-heden).
•Job Pitch; een landelijk uitgezet instrument om vrouwen hun CV’s online te laten zetten met een presentatiefilmpjes ter illustratie vergezeld van een sollicitatietraining (2008-heden).
•Womanfit, een project waarbij vrouwen in elke wijk een sportaanbod krijgen volgens de methode van kaboutersport. Dit betekent dat kennis gemaakt wordt met verschillende vormen van sport en sportverenigingen bezocht worden (2007-heden).

Overleggen die meedoen bevorderen:
•Landelijk netwerk van beleidsmedewerkers diversiteit en inburgering diversiteit (2007-heden).
•Platform inburgering B5 (Tilburg, Eindhoven, Helmond, Breda, Den Bosch). Dit platform biedt beleidsmedewerkers met inburgering in de portefeuille de gelegenheid om kennis en ervaring uit te wisselen (2008-heden).
•Werkgroep sport en diversiteit van de Directie Sport en vrije tijd van de gemeente Breda. Deze werkgroep realiseert een interculturalisering van sportverenigingen (2008-heden).
•Vrouwen platform van organisaties voor autochtone en migrantenvrouwen dat eens in de twee jaar plaatsvindt (2006-heden).
•Monitor diversiteit (om van instellingen te meten in hoeverre ze diversiteitproof zijn om er vervolgens al dan niet een diversiteitkeurmerk aan te kunnen geven, laatst verschenen 2004).
•Handreiking Breda Aktief (2006) met suggesties om vrijwilligers- en sprotverenigingen te laten verkleuren.
•Vier brochures (2009) met een instructie voor de besteding van inburgeringgelden via het participatiefonds.
•Divers personeelsbeleid gemeente Breda (2004-heden)
•Toolkit participatie migrantenvrouwen bestaande uit een quick scan voor de bepaling van de positie van migrantenvrouwen in de gemeente, een visieontwikkelingstraject voor het formuleren van beleidsdoelen en omvormen van een notitie tot een lokale participatieagenda (2004).

5.5. Gezond en zorgzaam
•Huize Raffy; woonzorgcentrum voor Molukse en Indische ouderen met 25 verpleeghuisbedden, 54 verzorgingshuisbedden, 7 logeerruimtes, 34 aanleunwoningen, en een dagvoorziening voor 12 tot 20 mensen (1950-heden).
•Woonzorgcentrum voor Turkse ouderen met 15 appartementen een fysieke verbinding met de moskee, mantelzorg via de moskee, de mogelijkheid tot halal eten en een gebedsruimte (opening juni 2009).
•Buurtvaders.

Hoofdstuk 6.
Toekomstmuziek

6.1. Inleiding
Twaalf initiatieven die recent zijn genomen door de burgers van Breda met het oog op diversiteit staan in deze nota centraal. Ze dragen bij aan het in praktijk brengen van de maatschappelijke visie Breda 2020. In het verleden werden al vele zinvolle activiteiten ontplooid waarvan we gebruik kunnen maken bij het formuleren van een actieagenda voor de komende jaren. In dit hoofdstuk komt toekomstmuziek aan bod; initiatieven die leiden tot goed toeven, groeien, meedoen en een gezond en zorgzaam Breda maar waar nog niet mee gestart is en ook misschien nooit gestart gaat worden. Toch een lonkend perspectief om dat wat ons vandaag te doen staat te verrijken met wat morgen zou kunnen gebeuren. Uiteraard is de in dit hoofdstuk weergegeven opsomming niet compleet en wordt een regelmatige update aanbevolen.

6.2. Goed toeven
•Thematische regiobijeenkomsten vanuit het Rijk/VNG georganiseerd om diversiteitvraagstukken die bijdragen aan of het goed toeven is in de samenleving.

6.3. Groeien in Breda
•Voor en Vroegschoolse Educatie (VVE) zou gekoppeld kunnen worden aan inburgeringtrajecten die bijvoorbeeld gegeven worden op de brede school.
•Bindend schooladvies (zie www.schoolwijzernijmegen.nl).
•Doorstart; een vrijwilligster draait een dagdeel per week mee in het gezin als een goede buurvrouw gedurende maximaal anderhalf jaar.
•Home-start is een werkwijze waarbij ervaren opvoeders in de rol van vrijwilligers contact onderhouden met moeders die onzeker zijn in de opvoeding.
•Opvoedcanon ontwikkeld onder leiding van Rene Diekstra, Lector jeugd aan de Haagse Hoge School met daarin de basisprincipes van goed genoeg opvoeden. Ouders kunnen hun opvoedkennis zelf testen op www.opvoedingscanon.nl.
•El Amal; stichting van Marokkaanse vrouwen actief in Utrecht

 
     
Home page     |   Intergratie   |     Cursussen     |     Sport     |     Activiteiten